Is de rellende jongere in onze maatschappij niet precies het zwarte schaap in het gezin?

Parentificatie is een term die vooral bekend is in de systeem therapie.
Nagy, de psychiater die veel heeft bedacht vanuit fairness en balansen van geven en ontvangen, ziet kinderen in een gezin als gevende deelnemers aan het gezinssysteem. Een systeem waarvan ze afhankelijk zijn, en waar loyaliteit aan ouders een gegeven is.

Maar dat geven kan er verschillend uitzien. Een kind kan eindeloos gaan zorgen voor een ouder, zichtbaar gevend, maar een kind kan ook het zwarte schaap of de zondebok worden. Dit kind maakt zichzelf ongeliefd ten bate van het gezinssysteem. Het geeft hiermee op een andere manier en het is zaak dat dat gezien wordt. Daarna kan het kind zich weer anders gaan gedragen.
De gedachte is dat dit kind de spanningen in het gezin (tussen de ouders) afleidt en op zichzelf richt. Dit zorgt voor samenwerking tussen de ouders in hun verplichting een oplossing te zoeken voor de moeilijkheden die het kind veroorzaakt. Zo doet het een poging bij te dragen aan de samenwerking ten koste van zichzelf. Net zoals het te veel zorgende kind dat doet ten koste van zichzelf.

Ik blijf het een lastige theorie vinden, omdat het gedrag zo vaak het tegenovergestelde bewerkstelligt. De ouders en het hele gezin ervaren door het problematische gedrag van een kind juist nóg meer druk en de problemen stapelen zich vaak verder op. Ik denk wel dat de verklaring klopt maar het kost moeite om het te zien. En daar gaat deze hele theorie over, zien wat gegeven wordt. Ook daar waar het er niet direct uitziet als een bijdrage.

En ineens zag ik het mechanisme in de rellende jongeren terug.

De bedreigende sfeer dicht bij ons huis, het waarschuwende whatsapp berichtje dat ik van een buurvrouw kreeg; “Even dat jullie het weten, er gaan berichten rond dat er vanavond rellen met geweld in de wijk gaan plaatsvinden. De politie is op de hoogte maar wees voorzichtig!“ Het was niet fijn om mee te maken. De vernielingen die aangericht waren riepen bij iedereen -niemand uitgezonderd- verontwaardiging op.

Drie dagen later valt mij ineens op wat er eigenlijk is gebeurd.

Deze groep rellende jongeren heeft voor elkaar gekregen wat eerder nog niemand lukte in de afgelopen wintermaanden. De hele maatschappij heeft even één gezicht gekregen, de politiek is achter elkaar gaan staan, èn de relschoppers van weleer konden zich aandienen als beschermers van de stad. Het is ongelooflijk maar waar, met alle verschillende meningen die er zijn hebben deze rellende en slopende jongeren het voor elkaar gekregen dat we even als één maatschappij zijn gaan optreden. Weliswaar tégen hen, maar alles beter dan die steeds groter wordende polarisatie en het onophoudelijke (!) debat over strategieën, vaccinaties, en wie daar wat wel en niet goed in doet.

Wat zou Nagy nu adviseren? Ik doe een poging.
Allereerst moet de schuldige de erkenning krijgen schuldig te zijn.
Dat moet de rechter doen.

En nu?
Zorgen voor de meest kwetsbaren en middels de dialoog laten zien dat we hen als maatschappij niet uit het oog verliezen. Dat zij er zijn, dat wij er zijn.
Voor de getroffen middenstanders is onmiddellijk en groots gezorgd. Gelukkig blijkt dat wij dat als maatschappij als vanzelfsprekend doen. We hebben de veerkracht en de middelen. Onrecht lossen we samen op.
Nu deze jongeren. Je zou het niet zeggen – ik ook niet, misschien zijzelf ook niet- maar ze hebben zichzelf zéér ongeliefd gemaakt ten bate van iets groters.
Zij zijn de meest kwetsbaren nu. Het is aan ons om ook voor hen te zorgen. Ik weet niet meteen hoe, maar in ieder geval door hen te willen blijven zien als mensen die er bij horen.

Anne van Vucht, 2e jaars student contextuele basisopleiding